Toetsen en enquêtes maken

Op deze pagina

    De instelling bepaalt welke tools beschikbaar zijn in de originele cursusweergave. Toetsen zijn altijd beschikbaar voor cursusleiders in de Ultra-cursusweergave, maar anoniem ingezonden enquêtes worden op dit moment niet ondersteund.

    U kunt toetsen en enquêtes gebruiken om de kennis van studenten te meten, de voortgang te bepalen en informatie van studenten te verzamelen.

    Benadruk nog eens aan de studenten dat ze het beste een bekabelde verbinding kunnen gebruiken als ze een toets gaan maken. Draadloze verbindingen hebben meer last van netwerkproblemen. De stabiliteit van het signaal wordt bepaald door de periode dat bandbreedte wordt gebruikt en de hoeveelheid, net als bij 4G-verbindingen op een mobiele telefoon.

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar een video voor de Ultra-ervaring over het maken van toetsen.

    Basisinformatie over toetsen en enquêtes

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de Ultra-ervaring voor informatie over het maken van toetsen.

    Nadat je een toets of enquête hebt gemaakt, kun je zelf vragen opstellen of vragen gebruiken uit andere toetsen, enquêtes of pools. Op de pagina Vraaginstellingen kun je de vraaginstellingen voor een toets, enquête of pool aanpassen. Zo kun je opties instellen voor beoordeling, feedback, afbeeldingen, metagegevens, extra studiepunten en hoe vragen worden gepresenteerd aan studenten.

    Meer informatie over vraaginstellingen

    Vervolgens kies je de opties en implementeer je de toets of enquête in een inhoudsgebied of map. Wanneer je een toets of een enquête toevoegt aan een inhoudsgebied, wordt het onderdeel 'geïmplementeerd'.

    Meer informatie over toets- en enquêteopties

    Meer over het implementeren van toetsen

    U voegt op dezelfde manier vragen toe aan toetsen en enquêtes. U hoeft echter geen punten toe te wijzen aan enquêtevragen. De vragen van een enquête worden niet beoordeeld en de reacties van studenten zijn anoniem. Je kunt zien of een student een enquête heeft ingevuld. Daarnaast kun je per enquêtevraag de totaalresultaten zien.

    Meer informatie over toets- en enquêteresultaten


    Een toets of enquête maken en vragen toevoegen

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de Ultra-ervaring voor informatie over het maken van toetsen.

    Configuratiescherm > Cursustools > Toetsen, enquêtes en pools > Toetsen of Enquêtes

    1. Selecteer Toets bouwen op de pagina Toetsen.
    2. Typ een naam op de pagina Toetsinformatie. Voer desgewenst een beschrijving en instructies in.
    3. Selecteer Verzenden.
    4. Ga op het toetsbord naar het menu Vraag maken en selecteer een vraagtype.
    5. Voer op de pagina Maken/bewerken de benodigde gegevens in om een vraag op te stellen.
    6. Selecteer Verzenden.
    7. Selecteer OK als je klaar bent met het toevoegen van vragen. De toets wordt opgenomen in de lijst op de pagina Toetsen en kan beschikbaar worden gesteld aan studenten.

    In het volgende gedeelte wordt uitgelegd hoe je nieuwe vragen op exact de gewenste plaats kunt toevoegen.

    Meer informatie over het maken van toetsen met JAWS


    Vragen toevoegen aan een bestaande toets of enquête

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de Ultra-ervaring voor informatie over het toevoegen van vragen.

    Gebruik het toetsbord of enquêtebord om vragen exact in te voegen op de plaats waar je ze wilt weergeven. Selecteer het plusteken voor of na een andere vraag en kies een vraagtype.

    Je kunt indien nodig ook de waarde voor afzonderlijke vragen wijzigen.

    De volgorde van vragen wijzigen

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de Ultra-ervaring voor informatie over het wijzigen van de volgorde van vragen.

    Vragen worden automatisch genummerd in de volgorde waarin je ze toevoegt. De vraagnummers worden bijgewerkt wanneer je de volgorde van de vragen wijzigt of de vragen in willekeurige volgorde weergeeft. Het is dus belangrijk dat je bij het verwijzen naar nummers van vragen zorgvuldig te werk gaat.

    Op het toetsbord of enquêtebord kun je de volgorde van vragen wijzigen door ze naar een andere positie te slepen. Selecteer de pijlen naast een vraag en sleep de vraag naar een nieuwe positie.

    Je kunt ook het pictogram Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord selecteren. Selecteer vervolgens een vraag en gebruik de pictogrammen Omhoog verplaatsen en Omlaag verplaatsen onder het vak Items om de volgorde aan te passen.

    Als je vragen in een andere volgorde zet, heeft dit alleen gevolgen voor nieuwe toetsen (ervan uitgaand dat de vragen in de toets niet in willekeurige volgorde worden weergegeven). Studenten die de toets al hebben ingeleverd, zien de oorspronkelijke volgorde.


    Een toets of enquęte toevoegen aan een inhoudsgebied

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de Ultra-ervaring voor informatie over het toevoegen van toetsen aan de pagina Cursusinhoud.

    Nadat je een toets of enquête hebt gemaakt, bestaat de volgende stap uit het implementeren van het onderdeel. Eerst moet de toets of enquête worden toegevoegd aan een inhoudsgebied, map, leermodule of lesoverzicht. Vervolgens maak je de toets of enquête beschikbaar voor studenten.

    1. Ga naar het gebied waaraan je een toets of enquête wilt toevoegen.
    2. Selecteer Beoordelingen om het menu te openen en selecteer Toets of Enquête.
    3. Selecteer een toets of enquête in de lijst.
    4. Selecteer Verzenden. De pagina Toetsopties of Enquêteopties wordt weergegeven.
    5. Maak de toets of enquête beschikbaar voor studenten.
    6. Selecteer eventueel opties voor feedback en weergave, en stel de einddatum en weergavedatums in.
    7. Selecteer Verzenden.

    Meer informatie over toets- en enquêteopties


    ULTRA: Een toets maken

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de Help van de originele ervaring voor een inleiding over toetsen.

    Toetsen zijn altijd beschikbaar voor cursusleiders in de Ultra-cursusweergave, maar anoniem ingezonden enquêtes worden op dit moment niet ondersteund.

    Je kunt toetsen maken naast de andere content die studenten nodig hebben om zich voor te bereiden.

    Durf te experimenteren! Studenten zien pas wat je hebt toegevoegd wanneer je de toetsen zichtbaar maakt.

    Meer informatie over het wijzigen van een bestaande toets

    Selecteer op de pagina Cursusinhoud het plusteken op de plek waar je een toets wilt toevoegen. Je kunt ook een map uitvouwen of maken en dan een toets toevoegen.

    Selecteer Maken om het deelvenster Item maken te openen. Vouw de sectie Beoordeling uit en selecteer Toets. De pagina Nieuwe toets wordt geopend.

    Wanneer je een toets maakt, wordt er automatisch een item in de cijferlijst gemaakt. De score voor een toets bestaat uit het totaal van de punten die zijn behaald voor de verschillende vragen.

    Nadat je cijfers voor toetsen hebt gepost, kunnen studenten hun scores zien op de cijferpagina’s of in de activiteitenstream. Ze kunnen ook vanaf de pagina Cursusinhoud een toets, gekoppelde rubrieken, hun inzendingen, jouw feedback en hun cijfers bekijken.

    Als een toets uitsluitend vragen bevat die automatisch kunnen worden beoordeeld, zoals meerkeuzevragen en waar/onwaar-vragen, worden de bijbehorende scores automatisch gepost voor studenten.


    Ziet er niet bekend uit? Ga naar een video voor de originele ervaring over het maken van toetsen.


    ULTRA: De pagina Nieuwe toets

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de help van de originele ervaring voor informatie over het maken van toetsen.

    Typ een titel. Geef de toets een duidelijke titel, zodat studenten de toets gemakkelijk kunnen vinden. De titel wordt weergegeven als de koppeling die studenten selecteren om het materiaal te bekijken. Als je geen titel toevoegt, wordt "Nieuwe toets" weergegeven in de lijst met inhoud.

    Voeg vragen en andere elementen toe. Selecteer Vraag toevoegen en selecteer een vraagtype. Je kunt ook bestanden en tekst toevoegen, zoals instructies voor de toets.

    Meer informatie over het toevoegen van vragen

    Toon of verberg de toets. Studenten zien een toets pas als jij deze beschikbaar maakt. Je kunt alle inhoud al eerder voorbereiden en op basis van je planning bepaalde inhoud vrijgeven aan studenten. Je kunt de beschikbaarheid van een toets ook instellen met behulp van datums. Op de pagina Cursusinhoud kunnen studenten zien wanneer de toets beschikbaar zal komen.

    Pas toetsinstellingen toe. Selecteer het pictogram Toetsinstellingen om het deelvenster te openen waarin je de details en informatie van de toets kunt opgeven.

    Geef een einddatum op. Einddatums worden weergegeven in de agenda en in de activiteitenstream. Studenten zien een melding in een pop-up in de cursus wanneer ze een cursus voor het eerst openen op of na de ingestelde einddatum voor de toets. Te laat ingeleverde toetsen worden weergegeven met het label Te laat in de cijferlijst van de cursus. Adviseer studenten om regelmatig te controleren wat ze nu moeten inleveren en in de nabije toekomst, zodat ze op tijd vragen kunnen stellen.

    Voeg een tijdslimiet toe. Voeg een tijdslimiet toe om ervoor te zorgen dat studenten gefocust blijven op hun werk. De poging voor de toets wordt automatisch verzonden wanneer de tijd is verstreken.

    Het is op dit moment niet mogelijk om een tijdslimiet in te stellen voor groepstoetsen.

    Sta klassikale gesprekken toe. Wat als je studenten vragen hebben over een toets? Je kunt gesprekken toestaan voor een toets, zodat iedereen een bijdrage kan leveren aan het gesprek. Naarmate het gesprek zich ontwikkelt, wordt het alleen weergegeven bij de betreffende toets.

    Zet vragen in willekeurige volgorde. Je kunt vragen in willekeurige volgorde zetten voor oefening/herhaling of om fraude te voorkomen. Selecteer Vragen in willekeurige volgorde aanbieden om vragen voor elke poging van een student in een andere volgorde weer te geven. Jij ziet de vragen trouwens wel in de juiste volgorde, maar studenten zien steeds een andere volgorde. Om verwarring te voorkomen, moet je geen nummers gebruiken om te verwijzen naar andere vragen in de toets.

    Meer informatie over het in willekeurige volgorde zetten van vragen

    Pas de cijfercategorie aan. Je kunt de cijfercategorie van de toets wijzigen in een van de aangepaste cijferlijstcategorieën die je hebt ingesteld voor de cursus. Je kunt nieuwe categorieën maken om cursuswerk op een andere manier te groeperen binnen de cursus. Je kunt de standaardcategorieën en aangepaste categorieën gebruiken wanneer je het totaalcijfer gaat instellen.

    Bepaal het aantal pogingen. Je kunt studenten meerdere pogingen laten inleveren voor een toets. Wanneer je meerdere pogingen toestaat, kun je ook aangeven hoe het definitieve cijfer moet worden berekend.

    Selecteer het cijfertoekenningsschema. Selecteer in het menu Beoordelen met een bestaand cijfertoekenningsschema zoals Punten. De score voor een toets bestaat uit het totaal van de punten die zijn behaald voor de verschillende vragen. Je kunt het cijfertoekenningsschema op ieder moment wijzigen en de wijziging wordt dan zichtbaar voor studenten en in de cijferlijst.

    Als je een toets maakt die uitsluitend uit tekstblokken bestaat, kun je handmatig de maximumscore instellen.

    Voeg een rubriek toe. Rubrieken kunnen helpen om inzendingen van studenten te evalueren op basis van belangrijke criteria die je definieert. Op de pagina Toetsinstellingen kun je een nieuwe rubriek maken of een rubriek koppelen die je eerder hebt gemaakt in de cursus.

    Op dit moment kun je alleen een rubriek toevoegen aan een toets zonder vragen.

    Voeg doelen en standaarden toe. Je kunt een toets afstemmen op één of meerdere doelen. Jij en de instelling kunnen gebruikmaken van doelen om de prestaties van studenten te meten binnen programma's en leerplannen. Je kunt ook individuele vragen afstemmen op doelen.

    Maak een groepstoets. Je kunt een toets maken voor groepen studenten. De standaardinstelling is dat de groep als geheel een cijfer krijgt, maar je kunt het individuele cijfer van een groepslid wijzigen.

    Voeg desgewenst een beschrijving toe. De beschrijving wordt samen met de naam van de toets weergegeven op de pagina Cursusinhoud. Je kunt studenten vragen om aan het einde van een toets bestanden te uploaden. Je kunt ze bijvoorbeeld vragen om citaten toe te voegen voor open vragen, resultaten van praktijkopdrachten mee te sturen of voorafgaand aan de toets bepaalde inhoud voor te bereiden. Op deze manier kunnen ze ook opmerkingen over hun werk toevoegen.


    ULTRA: Vragen toevoegen aan een toets

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de help van de originele ervaring voor informatie over het toevoegen van vragen.

    Wanneer je een nieuwe toets maakt, selecteer je Vraag toevoegen en selecteer je in het gelijknamige deelvenster een vraagtype.

    Het gebied Toetsinhoud wordt geopend. Hier kun je de vraag typen en eventueel antwoordmogelijkheden als die nodig zijn, zoals voor meerkeuzevragen. Studenten kunnen standaard 10 punten verdienen voor een vraag. Selecteer het vak Punten als je een andere waarde wilt typen.

    Met de functies van de editor kun je de tekst opmaken.

    Druk op ALT + F10 om de focus naar de werkbalk van de editor te verplaatsen. Op een Mac gebruik je Fn + ALT + F10. Gebruik de pijltoetsen om een optie te selecteren, zoals een genummerde lijst.

    Nadat je de eerste vraag hebt toegevoegd, selecteer je het plusteken op de plaats waar je nog een vraag, tekst of een bestand wilt toevoegen.

    Meer informatie over de typen vragen die je kunt toevoegen

    Meer informatie over het toevoegen van bestanden en tekstblokken

    Vragen wijzigen en verwijderen

    Als je de waarde van een bestaande vraag wilt wijzigen, selecteer je de cijferbal en typ je een nieuwe waarde. Je kunt ook het pictogram Meer opties selecteren om de vraagopties weer te geven en vervolgens Bewerken of Verwijderen selecteren.

    Je kunt de tekst van een vraag of antwoord wijzigen, zelfs nadat studenten pogingen hebben ingeleverd. Nadat studenten de toets hebben geopend, kun je geen nieuwe vragen meer toevoegen, vragen verwijderen, de inhoud verplaatsen, de waarden bewerken of de juiste antwoorden aanpassen.

    Als je bestanden toevoegt aan een toetsvraag, activeer je de bewerkingsmodus om bestanden te bewerken of toe te voegen. Je kunt ervoor kiezen om het bestand weer te geven als een bijlage of inline, als dat door de browser wordt toegestaan. Je kunt bovendien alternatieve tekst toevoegen om de toegankelijkheid te verbeteren.

    Je kunt doelen afstemmen met individuele toetsvragen om de instelling zo de kans te geven om de prestaties te meten. Selecteer het pictogram Meer opties naast de vraag en selecteer vervolgens Afstemmen met doel. Nadat je de toets beschikbaar hebt gemaakt, kunnen studenten informatie bekijken over de doelen die je afstemt met opdrachten en vragen, zodat ze weten wat je van ze verwacht.

    Meer informatie over het afstemmen van doelen met cursusinhoud


    ULTRA: Bestanden en tekstblokken toevoegen aan toetsen

    Selecteer het plusteken waar je vragen, tekst of een bestand wilt toevoegen. Je kunt net zoveel tekstblokken toevoegen als je wilt.

    Tekstblokken toevoegen. Selecteer Tekst toevoegen om de editor te openen. Je kunt instructies toevoegen voor een gedeelte van de toets of inleidende tekst voor een audiobestand of een afbeelding. Je kunt ook tekst uit een Word-document plakken. Als je ergens buiten het tekstvak klikt, wordt je werk automatisch opgeslagen.

    Je kunt ook de editor gebruiken om afbeeldingen in te sluiten en bestanden bij te voegen, als aanvulling op de tekst.

    Als je een toets maakt die alleen tekstblokken bevat, kun je de waarde voor Maximumscore handmatig wijzigen in het deelvenster Toetsinstellingen. Dit is handig als studenten inzendingen mogen uploaden of de vrije-tekstvelden mogen gebruiken.

    Voeg desgewenst bestanden toe. Selecteer Bestand toevoegen om te bladeren naar bestanden op je computer of in OneDrive. Je kunt bestanden van je computer slepen, bijvoorbeeld een Word-document of een geluidsbestand. Je kunt geen map met items toevoegen. In dat geval wordt je gevraagd of je de afzonderlijke items in de map wilt toevoegen. De instelling bepaalt de maximale grootte van de bestanden die je kunt uploaden.

    Als je een toets maakt op een mobiel apparaat, heet deze optie Uploaden van apparaat.

    Meer informatie over de weergave van mediabestanden

    OneDrive: Microsoft OneDrive is een cloudgebaseerd opslagplatform voor bestanden en foto's. Je hebt vanaf meerdere apparaten toegang tot OneDrive. De bestanden die je toevoegt, zijn kopieën. Als je een bestand wijzigt in OneDrive, moet je een nieuwe kopie uploaden naar de cursus. Als dit in je browser is toegestaan, worden de mediabestanden die je vanuit OneDrive toevoegt inline weergegeven. Als je in OneDrive een map met bestanden kiest, wordt de inhoud van de map verwijderd en in het document weergegeven als afzonderlijke items.

    Op kleine apparaten kun je OneDrive niet openen.

    Studenten zien de inhoud zoals jij die ziet, maar zonder de bewerkingsopties.

    Weergaveopties voor mediabestanden

    Als dit in je browser is toegestaan, worden de mediabestanden die je toevoegt standaard inline weergegeven. Als een mediabestand in jouw browser niet inline kan worden weergegeven, wordt het als een bijlage weergegeven. Bestanden die je vanuit OneDrive toevoegt, werken op dezelfde manier.

    Afbeeldingen die inline worden weergegeven, worden ingesloten in een blok van 768 pixels op de plek van de grootste onderbrekingspunten. Hoe meer de grootte van een afbeelding met dit formaat overeenkomt, des te minder opvulling er nodig is in het blok.

    Selecteer het pictogram Meer opties van een bestand om het menu te openen. Selecteer Bestand bewerken. In het deelvenster kun je kiezen hoe het video-, geluids- of afbeeldingsbestand in de toets moet worden weergegeven: inline of als een bijlage. Je kunt extreem grote bestanden bijvoorbeeld weergeven als bijlagen die studenten kunnen downloaden. Je kunt de bestandsnamen wijzigen van bestanden die als bijlagen worden weergegeven.

    Je kunt ook alternatieve tekst toevoegen om de afbeeldingen die je toevoegt te beschrijven. Alternatieve tekst wordt in schermlezers hardop voorgelezen om te beschrijven wat sommige mensen niet kunnen zien. Alternatieve tekst is beperkt tot 100 tekens.

    Voor afbeeldingsbestanden die inline worden weergegeven, kunnen studenten een afbeelding selecteren om deze afzonderlijk te bekijken.

    Voor video- en audiobestanden die inline worden weergegeven, zijn er besturingselementen voor afspelen en onderbreken en een volumeknop. Voor videobestanden hebben studenten de mogelijkheid om de video op het volledige scherm te bekijken.

    Mediabestanden als bijlagen weergeven

    Voor mediabestanden die als bijlagen worden weergegeven, moeten studenten het menu van het bestand openen om ze te kunnen bekijken. Selecteer Download bestand als je het bestand wilt openen in een nieuw venster of tabblad. Met de optie Bestand weergeven wordt het bestand op de documentpagina geopend. Cursusleiders beschikken daarnaast over extra functies om bestanden te verplaatsen, te bewerken of te verwijderen.

    Bestanden toevoegen aan vragen

    Om de inhoud van een toets overzichtelijk te presenteren, kun je ook bestanden toevoegen binnen afzonderlijke vragen. Wijs naar de ruimte onder de vraagtekst. Selecteer het plusteken om tekst toe te voegen, een bestand te uploaden vanaf je computer of een bestand te kiezen in OneDrive. Als je toegevoegde bestanden wilt bewerken, activeer je de bewerkingsmodus voor de vraag. Gebruik het eerder beschreven proces om de bestanden te bewerken.


    ULTRA: Vragen, tekst en bestanden opnieuw ordenen

    Ziet er niet bekend uit? Ga naar de help van de originele ervaring voor informatie over het wijzigen van de volgorde van vragen.

    Vragen worden automatisch genummerd in de volgorde waarin je ze toevoegt. De vraagnummers worden bijgewerkt wanneer je de volgorde van de vragen wijzigt. Je kunt de volgorde van de onderdelen van een toets niet aanpassen nadat studenten de toets hebben geopend.

    Wijs naar een vraag om het pictogram Verplaatsen weer te geven. Sleep de vraag, het tekstblok of het bestand naar een andere locatie.

    Je kunt een item ook verplaatsen met het toetsenbord.

    1. Ga met Tab naar het pictogram Verplaatsen van een item.
    2. Druk op Enter om de modus Verplaatsen te activeren.
    3. Gebruik de pijltoetsen om een locatie te kiezen.
    4. Druk op Enter om het item neer te zetten op de nieuwe locatie.

    ULTRA: Toetsen en de activiteitenstream

    Wanneer je een toets maakt en deze zichtbaar maakt voor studenten, krijgen ze hiervan een melding in hun activiteitenstream.

    Nadat je cijfers voor een toets hebt gepubliceerd, kunnen studenten Je cijfer bekijken selecteren om hun cijfers te bekijken. Eventuele feedback van jou wordt na de titel van de toets weergegeven.

    Je ziet een melding in de stream wanneer er inzendingen zijn om te beoordelen. Selecteer de titel van de toets om deze te gaan beoordelen op de pagina met toetsinzendingen.

    Meer informatie over de activiteitenstream


    ULTRA: Gesprekken inschakelen voor toetsen

    Als je klassikale gesprekken hebt ingeschakeld, kunnen studenten de toets met jou en medestudenten bespreken zolang de toets beschikbaar is.

    Studenten kunnen vóór, tijdens en na de toets deelnemen aan het gesprek. Naarmate het gesprek zich ontwikkelt, wordt het alleen weergegeven bij de betreffende toets. Gesprekken worden niet opgenomen op de pagina Discussies.

    Als je het gesprek wilt bekijken, selecteer je de spraakballon in de rij van de toets op de pagina Cursusinhoud. Je kunt het gesprek ook openen door in de rechterbovenhoek van de toetspagina of inzendingenpagina te klikken. Je kunt lezen wat je studenten hebben geschreven en je eigen gedachten toevoegen. Met de functies van de editor kun je de tekst eventueel opmaken.

    Druk op ALT + F10 om de focus naar de werkbalk van de editor te verplaatsen. Op een Mac gebruik je Fn + ALT + F10. Gebruik de pijltoetsen om een optie te selecteren, zoals een genummerde lijst.

    Selecteer het pictogram Verwijderen om een bijdrage te verwijderen. Studenten kunnen hun eigen bijdragen verwijderen, maar niemand kan bijdragen aanpassen.


    ULTRA: Een groepstoets maken

    Gebruik een groepstoets om studenten te leren hoe ze effectief in teams kunnen werken. Dit type toets helpt studenten beseffen dat elk teamlid een goede bijdrage kan leveren als ze een bepaald probleem moeten oplossen. Studenten tonen hun kennis aan terwijl ze leren het perspectief van anderen op waarde te schatten.

    Een groepstoets maak je op bijna dezelfde manier als een toets die studenten individueel moeten inleveren. Wanneer je een groepstoets maakt, wordt er automatisch een item in de cijferlijst gemaakt.

    Je kunt ook voor een groepstoets klassikale gesprekken toestaan. Studenten kunnen deelnemen aan een discussie met alle cursusdeelnemers of met alleen groepsleden. Bovendien kunnen studenten virtuele bijeenkomsten houden met andere groepsleden als Collaborate Ultra beschikbaar is in de cursus en je gesprekken inschakelt voor de toets.

    Meer informatie over het gebruiken van Collaborate Ultra in een cursus

    Selecteer op de pagina Nieuwe toets het pictogram Toetsinstellingen en selecteer vervolgens Toewijzen aan groepen.

    Studenten worden automatisch ingedeeld in groepen als de pagina Groepen maken wordt weergegeven, maar je kunt een andere optie kiezen voor het samenstellen van groepen:

    • Willekeurig toewijzen: Studenten worden willekeurig toegewezen aan het aantal groepen dat je wilt maken. Geef in het menu Aantal groepen aan hoeveel groepen je wilt maken. De studenten worden dan automatisch gelijkmatig verdeeld over het aantal groepen.
    • Aangepast: Je kunt zo veel groepen maken als je wilt, met in elke groep het gewenste aantal studenten. Je kunt ook nieuwe groepen maken of groepen verwijderen op basis van het aantal groepen dat je wilt instellen voor deze opdracht. De instelling verandert in Aangepast als je studenten naar andere groepen verplaatst nadat ze automatisch of met willekeurig toewijzen zijn ingedeeld in groepen.

    Als je de namen van de groepen wilt aanpassen, selecteer je de groepsnaam om deze te bewerken.