Deze informatie is alleen van toepassing op de originele ervaring. De instelling bepaalt welke tools beschikbaar zijn.

U kunt op verschillende manieren bestanden en mappen toevoegen aan Cursusbestanden, ook tijdens het maken van cursusinhoud.

Bestanden van studenten worden niet opgeslagen in Cursusbestanden en ze kunnen ook geen items uploaden naar dat gebied. Ze kunnen alleen bladeren naar bestanden en bestanden bijvoegen vanaf hun computer als ze deelnemen aan een cursus.

Je kunt een los bestand, meerdere bestanden of een of meerdere mappen uploaden naar Cursusbestanden. De inhoud van mappen wordt geüpload en verschijnt afzonderlijk in de uploadlijst. Na het uploaden kun je ze naar andere mappen verplaatsen als dat nodig is.

Je browser moet beschikken over een Java-invoegtoepassing om in meerdere bestanden en mappen tegelijk te uploaden en om te bladeren naar bestanden. Als deze invoegtoepassing niet beschikbaar is of een toegankelijke optie nodig is, klik je boven aan de pagina op Eén bestand om de bestanden één voor één te selecteren en te uploaden.

In Windows kun je meerdere bestanden en mappen tegelijk selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl je het eerste en laatste item selecteert. Als je meerdere bestanden en mappen wilt selecteren die niet bij elkaar staan, houd je Ctrl ingedrukt terwijl je de gewenste items selecteert. Als je met een Mac werkt, gebruik je de toets Command in plaats van Ctrl.


Bestanden toevoegen

U kunt op vier manieren inhoud toevoegen:

  • Upload bestanden en mappen naar Cursusbestanden, één voor één of in batches, via slepen en neerzetten of de functie Bladeren.
  • Upload bestanden vanaf je computer terwijl je inhoud maakt met de optie Bladeren in mijn computer.
  • Maak HTML-objecten in Cursusbestanden en uploadt bestanden.
  • Gebruik WebDAV om bestanden in Cursusbestanden direct vanaf het bureaublad van je computer of vanuit WebDAV-compatibele programma's te uploaden, bewerken en beheren.

Meer informatie over de aanbevolen procedures voor het bijvoegen van bestanden


Bestanden slepen en neerzetten

  1. Ga in Cursusbestanden naar de map waarnaar je de bestanden wilt uploaden.
  2. Wijs naar Uploaden en selecteer Bestanden uploaden.
  3. Klik eventueel boven aan de pagina op Meerdere bestanden.
  4. Open op de computer de map met de bestanden en mappen die je wilt uploaden. Geef de map weer naast de pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden.
  5. Selecteer de bestanden en sleep ze naar het uploadvak op de pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden. Als je een bestand uploadt dat dezelfde naam heeft als een bestaand bestand, wordt er gevraagd of je het bestaande bestand wilt overschrijven.
  6. De bestanden en mappen worden weergegeven in het uploadvak. Als je een bestand wilt verwijderen uit de lijst, selecteer je de X in de kolom Verwijderen. De inhoud van de mappen wordt geüpload en verschijnt afzonderlijk in de uploadlijst.
  7. Selecteer Verzenden. Een statusbalk geeft de voortgang van de upload aan.

Bladeren naar bestanden

  1. Ga in Cursusbestanden naar de map waarnaar je de bestanden wilt uploaden.
  2. Wijs naar Uploaden en selecteer Bestanden uploaden.
  3. Klik eventueel boven aan de pagina op Meerdere bestanden.
  4. Selecteer Bladeren op de pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden en open op je computer de map met de bestanden en mappen die je wilt uploaden. Selecteer de bestanden.
  5. De bestanden en mappen worden weergegeven in het uploadvak. Als je een bestand wilt verwijderen uit de lijst, selecteer je de X in de kolom Verwijderen. De inhoud van mappen wordt afzonderlijk vermeld in de uploadlijst. Na het uploaden maken de mappen echter deel uit van de bovenliggende map.
  6. Selecteer Verzenden. Een statusbalk geeft de voortgang van de upload aan.

Lokale bestanden uploaden tijdens het maken van inhoud

Wanneer u inhoud maakt voor een cursus, kunt u op uw computer bladeren naar een bestand en dit koppelen aan de cursus. Bestanden die u uploadt met de functie Bladeren in mijn computer worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden. Je kunt geen andere map selecteren als je een bestand gaat uploaden. Alle ingeschreven gebruikers krijgen standaard leesbevoegdheden voor bestanden die je op deze manier uploadt naar je cursus.

Als je een bestand uploadt dat dezelfde naam heeft als een bestand in de map op het hoogste niveau, wordt de naam van het nieuwe bestand uitgebreid met een nummer. For example, course_assignment.doc becomes course_assignment(1).doc.

Sommige bestanden die worden geüpload naar de cursus worden niet opgeslagen in Cursusbestanden. Dit is bijvoorbeeld zo voor wikipagina's. Zie Bestanden die automatisch worden geüpload naar Cursusbestanden voor een volledig overzicht.

  1. Ga op de pagina Item maken naar Bijlagen en selecteer Bladeren in mijn computer om een bestand te zoeken.
  2. Geef een waarde op voor Titel koppeling. Dit is de tekst die studenten zien als de koppeling naar het bestand. Selecteer Niet bijvoegen om het geselecteerde bestand te verwijderen.
  3. Selecteer Verzenden als het item klaar is.

Het bestand dat is geüpload naar het inhoudsitem wordt als een koppeling weergegeven in het inhoudsgebied en wordt opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden. Je kunt het bestand verplaatsen naar een andere map in Cursusbestanden zonder dat de koppeling in de cursus verbroken wordt.


Bestanden bijvoegen met de editor

Je kunt ook de functies van de editor gebruiken om koppelingen naar bestanden te maken. Bestanden die je uploadt met de editor worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden.

Als je via de editor een koppeling naar een bestand maakt, kun je beter aangeven waar de koppeling van het bestand wordt weergegeven in relatie tot andere tekst. Bovendien kunt u dan de optie Openen in nieuw venster inschakelen en alt-tekst opgeven. Deze tekst wordt weergegeven wanneer een gebruiker de muis over de koppeling beweegt en wordt opgelezen door schermlezers.

Als je een bestand wilt toevoegen en een koppeling wilt maken in de editor, selecteer je het pictogram Bijlage invoegen, Afbeelding invoegen of Ingesloten media invoegen. Er verschijnt een venster voor het toevoegen van inhoud.


Een zip-pakket uploaden naar

Als je een zip-pakket uploadt naar Cursusbestanden, heb je twee mogelijkheden:

  • Kies de optie ZIP-pakket uploaden om de inhoud uit te pakken en de mapstructuur en koppelingen te behouden.
  • Kies de optie Bestanden uploaden om het bestand ingepakt te laten.

Het bestand uitpakken tijdens het uploaden

U kunt een verzameling bestanden maken, of zelfs een hele les, inclusief cascading style sheets (CSS), hiervan een pakket maken en dit vervolgens vanaf uw computer uploaden naar Cursusbestanden.

Voorbeeld: Je kunt deze optie gebruiken als je een les samenstelt die uit verschillende pagina's bestaat en die navigatiehulpmiddelen, afbeeldingen, webkoppelingen en documenten bevat. Je comprimeert de inhoud in een zip-pakket en uploadt het pakket met de optie ZIP-pakket uploaden naar Cursusbestanden. Als u een ZIP-pakket op deze manier uploadt, wordt de inhoud van het pakket automatisch uitgepakt. Wanneer je inhoud voor een cursus maakt, kun je een koppeling naar het uitgepakte pakket maken door een beginpagina te selecteren. Studenten klikken vervolgens in de cursus op de koppeling voor de beginpagina en kunnen dan de geüploade les bekijken.

Maak een map, indien nodig, in Cursusbestanden voor de inhoud van het uitgepakte pakket. Als u een pakket met veel bestanden en mappen uitpakt, kan het handig zijn het pakket in een map uit te pakken.

Voordeel: U kunt alle inhoud van de les aanpassen en alleen de gewijzigde bestanden overschrijven zonder dat u het zip-bestand hoeft te verwijderen en een nieuw zip-bestand moet uploaden. Alle koppelingen in de cursus blijven gewoon werken.

Meer informatie over het overschrijven van een bestand in Cursusbestanden

  1. Ga in Cursusbestanden naar de map waar je het ZIP-pakket wilt toevoegen.
  2. Selecteer Uploaden > ZIP-pakket uploaden.
  3. Blader naar het bestand en selecteer het type codering, indien van toepassing.
  4. Selecteer Verzenden.
  5. Ga naar het cursusgebied waaraan je het bestand wilt toevoegen. Selecteer Bestand in de lijst Inhoud bouwen.
  6. Gebruik de functie Bladeren in cursus om te zoeken naar de beginpagina voor de uitgepakte inhoud.

Studenten selecteren de koppeling voor de beginpagina van de les en kunnen dan de lesinhoud in de juiste volgorde en met werkende koppelingen bekijken. U kunt de naam van de koppeling naar de beginpagina wijzigen en machtigingen beheren voor de bestanden en mappen in het uitgepakte pakket.

Als een beschrijving of instructies nodig zijn en dit niet kenbaar kan worden gemaakt via de naam van het bestand, kun je inhoud van het type Item maken in plaats van Bestand. Wanneer u een item maakt, gebruikt u de functie Bestand invoegen van de inhoudseditor om de beginpagina te selecteren, zodat de optie Openen in nieuw venster kan worden gekozen.

Het bestand intact laten tijdens het uploaden

Het kan ook handig zijn om een gecomprimeerde map intact te laden als je deze uploadt naar een cursus. Doe dit bijvoorbeeld als je studenten toegang wilt bieden tot verschillende foto's die ze in een presentatie kunnen gebruiken.

Gebruik de optie Bestanden uploaden, en not ZIP-pakket uploaden, om het ingepakte pakket te uploaden naar Cursusbestanden.. Het pakket wordt niet automatisch uitgepakt. Wanneer u vervolgens inhoud samenstelt voor de cursus, kunt u een koppeling naar het ingepakte bestand maken. Studenten selecteren in de cursus de koppeling naar het ingepakte bestand om dit te downloaden naar hun computer, het pakket uit te pakken en de inhoud te gebruiken.