Batchbestanden zijn speciale bestanden waarmee je tegelijkertijd maximaal 500 cursussen kunt maken of kopiëren. Zie Richtlijnen voor batchbestanden voor cursussen voor meer informatie over het maken van batchbestanden.


Maken via batch

  1. Open het configuratiescherm voor systeembeheer en selecteer in het gedeelte Cursussen de optie Cursussen.
  2. Wijs naar Cursus maken en selecteer Batch in de lijst.
  3. Selecteer op de pagina Maken via batch het veld Bestandslocatie of selecteer Bladeren.
  4. Navigeer in het venster Bestand uploaden naar het batchbestand en selecteer Openen.
  5. Selecteer bij Type scheidingsteken het scheidingsteken voor het batchbestand. Als u Automatisch selecteert, wordt het batchbestand geanalyseerd en wordt het scheidingsteken bepaald op basis van het aantal keren dat een teken in het bestand voorkomt.
  6. Selecteer Verzenden.

Cursussen kopiëren (batch)

Voor een betere integratie biedt het nieuwe SIS Framework een verbeterde interface voor het beheer en de verwerking van Snapshot-gegevens. Hoewel bestaande momentopnamen die zijn gemaakt vanaf de opdrachtregel nog steeds werken met oudere gegevensobjecten, is het wel zo dat de opdrachtregeltool Momentopname en de gegevensindeling Momentopname-XML niet meer worden ondersteund in Blackboard Learn 9.1 Service Pack 8 en er alleen nog onderhoudscorrecties worden uitgebracht voor deze tool. Bovendien worden de Momentopname-opdrachtregeltools verwijderd in de implementatie van Learn SaaS.

Je kunt tegelijkertijd verschillende cursussen kopiëren door een batchbestand te gebruiken met de opdrachtregeltool Momentopname.

Als u een batchbestand gebruikt om cursussen te kopiëren, wordt altijd een exacte kopie gemaakt van elke broncursus. Een exacte kopie bevat niet alleen alle cursusgegevens en materialen, maar ook inschrijvingen van gebruikers.

Je kunt nieuwe cursussen maken met een batchbestand of je kunt de gegevens en inhoud van een cursus naar een bestaande cursus kopiëren. Als de doelcursus al bestaat, worden de gegevens van de cursus bijgewerkt maar wordt er geen cursusinhoud overschreven.

  1. Maak het batchbestand. De indeling van het batchbestand voor het kopiëren van cursussen is niet hetzelfde als die voor het maken van een nieuwe cursus. In het eerste geval wordt de bestandsindeling zonder opmaak van de tool Momentopname gebruikt.
  2. Voer de opdracht voor het kopiëren via een batchbestand uit in Momentopname vanaf de web- of toepassingsserver. The command syntax is as follows, where path_to_file is the full path to the copy batch file:

    Syntaxis voor Windows: C:\Blackboard\tools\admin\BatchCourseCopy.cmd path_to_file

    Syntaxis voor UNIX: /usr/local/blackboard/tools/admin/BatchCourseCopy.sh path_to_file

    Het exacte pad naar de map van Blackboard Learn kan variëren al naar gelang de locatie waar Blackboard Learn is geïnstalleerd.

    De opdracht verwerkt alleen een batchkopie voor de standaard virtuele installatie. Als u een batchkopie voor een andere virtuele installatie wilt uitvoeren, moet u de Momentopname-opdracht COPYINTO gebruiken.


Het batchbestand maken

In de Momentopname-indeling bepaalt de eerste rij de kenmerken die moeten worden gekopieerd en de volgende rijen de waarden voor elk kenmerk. Het bestand moet een txt-bestand zijn en het gebruikte scheidingsteken moet overeenkomen met het scheidingsteken dat is gedefinieerd in het bestand snapshot.properties. Standaard wordt het pipe-symbool (|) gebruikt als scheidingsteken.

Voorbeeld: In dit voorbeeld zie je een batchbestand waarmee via een kopieerbewerking drie nieuwe cursussen worden gemaakt.

EXTERNAL_COURSE_KEY|COURSE_ID|COURSE_NAME|TEMPLATE_COURSE_KEY

HIST101a|HIST101a|Introduction to American History until 1865|HIST101
HIST102a|HIST102a|Introduction to American History from 1865|HIST102
HIST103a|HIST103a|Introduction to Central American History|HIST103

EXTERNAL_COURSE_KEY is een kenmerk dat wordt gebruikt voor geavanceerd gegevensbeheer. Als de cursus zou worden gemaakt via het configuratiescherm voor systeembeheer, zou de waarde voor EXTERNAL_COURSE_KEY overeenkomen met de cursus-ID.

Het kenmerk TEMPLATE_COURSE_KEY geeft aan welke broncursus moet worden gekopieerd. De kenmerken COURSE_ID en COURSE_NAME geven aan wat de waarden voor de nieuwe cursus zijn.

Voorbeeld: Dit voorbeeld bevat een batchbestand waarmee de cursusgegevens en inschrijvingen van een broncursus worden gekopieerd naar drie bestaande cursussen.

EXTERNAL_COURSE_KEY|TEMPLATE_COURSE_KEY

HIST101a|HIST101 HIST102|HIST101 HIST103|HIST101

In dit voorbeeld gebruik je geen cursus-ID's of cursusnamen. Het kenmerk EXTERNAL_COURSE_KEY bepaalt de cursus-ID van de doelcursus. Het kenmerk TEMPLATE_COURSE_KEY geeft aan welke broncursus moet worden gekopieerd.