Het verificatieframework van Blackboard Learn maakt het mogelijk dat gebruikers door het opgeven van een ID en wachtwoord een sessie kunnen starten en valideren in Blackboard Learn. Het framework is ook een manier om Blackboard Learn te integreren met een of meer externe verificatieproviders.

Het verificatieframework van Blackboard Learn maakt gebruik van Building Block-technologie en beschikt over een uitgebreide gebruikersinterface voor installatie, beheer en logboekregistratie. De toepassing van Building Blocks om verificatie-integratie aan te bieden, zorgt ervoor dat obstakels en problemen worden weggenomen op het vlak van systeembeheer en aangepaste verificatie.


Verificatieproviders

Blackboard Learn SaaS wordt standaard geleverd met vijf providers.

  • Learn intern: Dit is de standaardverificatieprovider. Je kunt deze provider inactief maken, maar niet verwijderen.
  • Learn legacy: Dit is de provider die wordt gebruikt voor de installatie van SP8 en deze wordt automatisch vermeld.
  • CAS: Dit is een externe CAS-provider (Central Authentication Service).
  • LDAP: Dit is een externe LDAP-provider (Lightweight Directory Access Protocol).
  • SAML: Dit is een externe SAML-provider (Security Assertion Markup Language).

In het verificatieframework kun je verificatieproviders toewijzen aan een of meer hostnamen. In de onderstaande tabel zie je voorbeeld van het toewijzen van hostnamen.

 
HostnaamGebruiker aanmelden met
education.blackboard.comLDAP-provider voor onderwijs
medicine.blackboard.comCAS-provider voor faculteit Medicijnen
externals.blackboard.comInterne provider van Learn

Volgorde van providers

Je zet de providers op volgorde van voorkeur en maakt zo een verificatieketen waarbij elke provider opeenvolgend wordt bevraagd totdat een gebruiker is aangemeld of niet kan worden geverifieerd. Gebruikers worden pas doorgegeven aan de volgende provider in de keten als aan twee voorwaarden wordt voldaan:

  • De provider weet de gebruikersnaam niet; zo worden bekende gebruikersnamen met onjuiste wachtwoorden niet doorgegeven.
  • Er treedt een fout op bij de provider en doorgeven bij foutsituaties is ingeschakeld.

Gebruik de volgorde om te zorgen dat er sprake is van failover als de verbinding met de bron van een provider is verbroken. Als je bijvoorbeeld drie LDAP-servers hebt, controleert het verificatieframework de eerste server, en als dat niet werkt, wordt steeds de volgende server gecontroleerd totdat verificatie plaatsvindt.

Je kunt de volgorde van de providers aanpassen met slepen en neerzetten op de pagina Volgorde van providers. Sleep de providers in aflopende volgorde, van boven naar beneden.

Meer informatie over de volgorde van providers

Opmerking: Providers worden overgeslagen als ze niet voldoen aan de set met regels die door het verificatieframework wordt gecontroleerd. Als een gebruiker bijvoorbeeld inlogt met de hostnaam externals.blackboard.com en de twee eerst vermelde providers zijn toegewezen aan education.blackboard.com en medicine.blackboard.com, worden de eerste twee providers overgeslagen.


De legacy provider

Blackboard adviseert om nieuwe verificatieproviders te maken met behulp van het Building Block-verificatieframework en om aangepaste verificatiemodules te herschrijven voor gebruik van het nieuwe framework. Als dit niet haalbaar is, kun je het legacy framework gebruiken voor het beheer van verificatie.

De legacy verificatieprovider maakt geen gebruik van het Building Block-verificatieframework dat is geïntroduceerd in Blackboard Learn SP8. Als je dit type provider Actief maakt, worden alle andere providers in het verificatieframework op Inactief gezet.

Verificatie via een webserver (webdelegatie) is niet opgenomen in het nieuwe framework, evenmin als andere partnerverificaties zoals as Datatel. Indien nodig kun je deze verificaties beheren via de legacy verificatieprovider en de bestanden authentication.properties en bb-config.properties.

Meer informatie over legacy verificatieprovider