Beheerders kunnen Building Blocks beheren via de pagina Building Blocks installeren of met het opdrachtregelprogramma B2Manager.

Software-updates

De module Software-updates, in het configuratiescherm voor systeembeheer, biedt toegang tot updates van Building Blocks en nieuwe Building Blocks.

Meer informatie over software-updates


Een Building Block installeren of bijwerken

In sommige situaties kun je een nieuwe versie van een Building Block pas installeren nadat je de bestaande versie hebt verwijderd. Als het overschrijven van het Building Block niet werkt, kunt u deze methode proberen.

U kunt een Building Block pas installeren nadat u een bestaand Building Block hebt gedownload of een nieuw Building Block hebt gemaakt.

In een omgeving met load balancing of een gedistribueerde omgeving worden de gegevens automatisch geïmplementeerd op alle andere knooppunten.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en selecteer onder Building Blocks de optie Building Blocks.
  2. Selecteer Geïnstalleerde tools > Building Blocks uploaden > Bladeren en zoek het bestand .war van het Building Block. Dit bestand kan ook een .zip-bestand zijn.

    Blackboard houdt een Extensions Catalog met Building Blocks bij. Zie API's voor Building Blocks en specificaties en wijzigingen van webservices voor meer informatie over het maken van Building Blocks. Deze bestanden zijn alleen beschikbaar in het Engels op behind.blackboard.com.

  3. Selecteer Verzenden om het bestand te uploaden naar Blackboard Learn en selecteer vervolgens OK om terug te gaan naar de pagina Building Blocks.
  4. Als je het Building Block wilt inschakelen, selecteer je Beschikbaar in de lijst Beschikbaarheid voor het Building Block. U ziet een lijst met machtigingen die vereist zijn voor het Building Block. Dit is een beveiligingsvoorziening om Blackboard Learn te beschermen tegen gevaarlijke inhoud. Wanneer u zich zorgen maakt over de machtigingen die aan een Building Block zijn verstrekt, neemt u contact op met de leverancier voordat u deze goedkeurt.
  5. Selecteer Goedkeuren om het Building Block beschikbaar te maken en de aangegeven machtigingen toe te staan.

Volg de instructies van de leverancier om een Building Block bij te werken. Houd er rekening mee dat door het uitvoeren van een update de oude versie van het Building Block meestal wordt verwijderd en wordt vervangen door een nieuwe versie.

De meest recente update voor Google Chrome (Chrome 80) bevat een paar wijzigingen met betrekking tot de manier waarop de browser cookies van derden verwerkt. Deze wijzigingen kunnen invloed hebben op tools die worden geïntegreerd met Blackboard Learn met behulp van de LTI-standaard (Learning Tools Interoperability), Building Blocks (B2's) en REST API's.Als je een Learn-tool niet kunt openen in Chrome 80, wijzig je de instellingen van je browser in Sites toestaan om cookiegegevens op te slaan en te lezen. De instructies hiervoor staan in Google Chrome Help.

Meer informatie over hoe de wijzigingen van Chrome 80 van invloed kunnen zijn op Blackboard Learn op Behind the Blackboard.


Een Building Block verwijderen

Als een Building Block niet meer nodig is, kunnen beheerders het Building Block verwijderen of niet meer beschikbaar maken. Als u een Building Block niet meer beschikbaar maakt, blijft het wel aanwezig in Blackboard Learn maar is het niet beschikbaar voor gebruikers. Wanneer u een Building Block verwijdert, wordt het onderdeel ook verwijderd uit Blackboard Learn.

Als je denkt een Building Block in de toekomst nog gaan te gebruiken, raden we je aan het als niet beschikbaar in te stellen.

  1. Ga op het configuratiescherm voor systeembeheer naar Building Blocks > Geïnstalleerde tools.
  2. Als je het Building Block wilt uitschakelen, selecteer je Als niet beschikbaar instellen in het menu van het Building Block.
  3. Als je de installatie van het Building Block ongedaan wilt maken, selecteer je Verwijderen en vervolgens OK om de bewerking te bevestigen.

Cursusleiders kunnen verschillende typen inhoud maken en aan gebruikers weergeven door inhoudstools toe te voegen als Building Blocks. Wanneer een inhoudstool is verwijderd of als niet beschikbaar is ingesteld, hebben gebruikers geen toegang tot inhoud die met die inhoudstool is gemaakt. Studenten kunnen de koppelingen naar deze inhoudsitems niet zien. Cursusleiders kunnen de koppelingen wel zien, maar kunnen de inhoud niet openen of weergeven. Als het Building Block weer beschikbaar wordt gemaakt, worden de koppelingen weer zichtbaar en zijn ze weer voor iedereen beschikbaar.


Building Blocks beheren

  1. Ga op het configuratiescherm voor systeembeheer naar Building Blocks > Geïnstalleerde tools.
  2. Hier kun je de volgende acties uitvoeren:
Taken voor geïnstalleerde tools
Bewerking Selecteren
Een Building Block wijzigen Klik op Instellingen. Deze knop wordt alleen weergegeven wanneer het Building Block kan worden geconfigureerd. Wijzig de configuratie van het Building Block. De instellingen zijn specifiek voor elk Building Block en kunnen items bevatten als licentiebestanden, externe bronnen of algemene instellingen.
Een Building Block verwijderen Selecteer Installatie ongedaan maken. Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.
Een Building Block beschikbaar/niet-beschikbaar maken Open het menu van het Building Block en selecteer een van de volgende opties:
  • Als Inactief instellen: deze status houdt in dat het Building Block is geregistreerd maar geen code, inclusief configuratiescripts, kan uitvoeren. Dit is de standaardstatus van een net geïnstalleerd Building Block.
  • Als beschikbaar instellen: het Building Block is beschikbaar voor gebruikers.
  • Als niet beschikbaar instellen: het Building Block is geregistreerd en kan code uitvoeren, maar is niet beschikbaar voor gebruikers.
De standaardbeschikbaarheid binnen cursussen voor een Building Block-tool instellen Klik op een waarde in de lijst in de kolom Standaard voor cursus/org. Met deze optie kunt u bepalen of de tool al dan niet standaard beschikbaar is binnen cursussen.
Details van een Building Block bekijken View Components. U ziet de componenten waaruit het Building Block is opgebouwd, evenals een beschrijving, het versienummer, gegevens van de leverancier, de standaardtaal en de beschikbare talen. Als het Building Block een eigen CSS heeft voor een van de standaardthema's, worden die thema's vermeld om u tijdens het aanpassen te helpen met het vinden van de juiste bestanden.
Een Building Block downloaden Klik op Building Blocks zoeken en downloaden. Hierbij wordt er een koppeling met de Extensions Catalog tot stand gebracht. Building Blocks kunnen worden gedownload naar een computer en vervolgens worden toegevoegd aan het systeem. Een gedownload Building Block is nog niet geïnstalleerd.
Een Building Block installeren Selecteer Building Blocks uploaden.

Building Blocks installeren via de opdracht B2Manager

  1. Installeer het Building Block: Typ de volgende opdracht, waarbij blackboard_home de installatiemap van Blackboard is en B2_Path & Filename het volledige pad en de bestandsnaam van het Building Block dat je wilt installeren of bijwerken:

    Syntaxis voor UNIX:

    /usr/local/blackboard_home/tools/admin/B2Manager.sh -i B2_Path & Filename.war
    Bijvoorbeeld: /usr/local/blackboard_home/tools/admin/B2Manager.sh -i /usr/local/MyB2.war

    Syntaxis voor Windows:

    C:\blackboard_home\tools\admin\B2Manager.bat -i B2_Path & Filename.war
    Bijvoorbeeld:C:\blackboard_home\tools\admin\B2Manager.bat -i C:\BuildingBlocks\MyB2.war

  2. configureer het Building Block: Typ de volgende opdracht, waarbij blackboard_home de installatiemap van Blackboard is:

    Syntaxis voor UNIX:

    /usr/local/blackboard_home/tools/admin/B2Manager.sh -v

    Syntaxis voor Windows:

    C:\blackboard_home\tools\admin\B2Manager.bat -v

  3. Zoek in het uitgebreide overzicht het Building Block dat u wilt configureren.
  4. Kopieer de URL in het veld Setup naar een webbrowser. Als u om verificatie wordt gevraagd, voert u de referenties van uw beheerdersaccount van Blackboard in.
  5. Volg de stappen van de leverancier van het Building Block om het configuratieproces te voltooien.

Building Blocks beheren via de opdracht B2Manager

U kunt elk Building Block beheren met het opdrachtregelprogramma B2Manager.

  1. Start een opdrachtregel en voer de onderstaande opdracht (voor je besturingssysteem) uit om naar de volgende map te gaan. Hierbij is blackboard_root de installatiemap van Blackboard Learn:

    Syntaxis voor UNIX:

    cd %/usr/local/blackboard_home/tools/admin

    Syntaxis voor Windows:

    cd C:\blackboard_home\tools\admin

  2. Typ nu de volgende opdracht om B2Manager uit te voeren met de gewenste parameters. Hierbij is bestandsnaam de naam van het .war-bestand van het Building Block en B2_handle de "handle" die het Building Block aangeeft. Je kunt de handle van een Building Block achterhalen door een van de List-opdrachten te typen (-v of -l):

    Syntaxis voor UNIX:

    B2Manager.sh < -c VALUE | -r | -s VALUE | -v | -l > [filename | B2_Handle]

    Bijvoorbeeld:

    Als je de systeemstatus van het Building Block MijnB2 wilt wijzigen in actief, typ je:B2Manager.sh -s AVAILABLE MyB2

    Als je een uitgebreid overzicht wilt van alle Building Blocks, typ je:B2Manager.sh -v

    Syntaxis voor Windows:

    B2Manager.bat < -c VALUE | -r | -s VALUE | -v | -l > [filename| B2_Handle]

    Bijvoorbeeld:

    Als je de systeemstatus van het Building Block MijnB2 wilt wijzigen in actief, typ je:B2Manager.bat -s AVAILABLE MyB2

    Als je een uitgebreid overzicht wilt van alle Building Blocks, typ je:B2Manager.bat -v

    Opmerking: Je kunt de handle van een Building Block achterhalen door een van de List-opdrachten in te voeren (-v of -l).

    List-opdrachten
    Opdracht Beschrijving
    -c Hiermee wijzigt u de standaardstatus van het opgegeven Building Block voor cursussen of organisaties. Met deze optie kunt u bepalen of de tool al dan niet standaard beschikbaar is binnen cursussen. Geldige waarden zijn:
    AVAILABLE of UNAVAILABLE
    -r Hiermee verwijdert u het opgegeven Building Block uit het systeem. Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.
    -s Hiermee wijzigt u de systeemstatus van het opgegeven Building Block. Geldige waarden zijn:
    • INACTIVE: Deze status houdt in dat het Building Block is geregistreerd maar geen code, inclusief configuratiescripts, kan uitvoeren. Dit is de standaardstatus van een net geïnstalleerd Building Block.
    • AVAILABLE: het Building Block is beschikbaar voor gebruikers.
    • UNAVAILABLE: het Building Block is geregistreerd en kan code uitvoeren, maar is niet beschikbaar voor gebruikers.
    -v Hiermee geeft u een uitgebreid overzicht weer van alle geïnstalleerde Building Blocks. Als de filename of B2_Handle is opgegeven, zie je alleen gegevens voor dat Building Block.
    -l Hiermee geeft u een beknopt overzicht weer van alle geïnstalleerde Building Blocks. Als de filenameof B2_Handle is opgegeven, zie je alleen gegevens voor dat Building Block. Het overzicht ziet er zo uit: "B2 Name" B2_Handle by Vendor [System Status] SetupURL
    -o Beveiligingsmaatregelen negeren voor verplichte B2's
    *ALLEEN VOOR GEBRUIK DOOR BLACKBOARD* Het gebruik hiervan kan tot gevolg hebben dat het systeem instabiel wordt.
    -d Beveiligingsmaatregelen negeren voor B2-controles op afhankelijkheid
    *ALLEEN VOOR GEBRUIK DOOR BLACKBOARD* Het gebruik hiervan kan tot gevolg hebben dat het systeem instabiel wordt.

Het integratiewachtwoord wijzigen

De integratiegebruiker is een speciale account waarmee de opdrachtregeltool Momentopname en de API voor gegevensintegratie bewerkingen vanaf een clientcomputer verwerken via SOAP (Simple Object Access Protocol). Via deze pagina kunnen beheerders het wachtwoord wijzigen voor de integratiegebruiker.

De integratiegebruiker heeft geen toegang tot Blackboard Learn via de gebruikersinterface en kan ook niet worden toegewezen aan een cursus of op enige wijze deelnemen aan een onderwijs- of leeromgeving.

Selecteer op het configuratiescherm voor systeembeheer onder Building Blocks de optie Gegevensintegratie en vervolgens Integratiewachtwoord.