WebDAV voor webmappen en gedeelde locaties

WebDAV wordt gebruikt voor het delen van bestanden via internet en is compatibel met de meeste besturingssystemen. Als WebDAV is geconfigureerd voor Blackboard Learn, kunnen gebruikers inhoud in Cursusbestanden of Content Collection op dezelfde wijze benaderen als inhoud op gewone netwerkstations of in mappen op hun computer.

Studenten kunnen geen bestanden uploaden naar Cursusbestanden.

Gebruikers die inhoud met HTML-bestanden uit oudere versies dan 9.1 hebben overgezet, kunnen WebDAV of een webmap gebruiken om die bestanden te openen in het programma van hun keuze. Op een Mac wordt een webmap een gedeelde locatie genoemd.

Meer informatie over hoe gebruikers webmappen of gedeelde locaties instellen


Webmappen en gedeelde locaties beheren

Beheerders kunnen via de pagina Instellingen webmappen of Instellingen gedeelde locaties de beschikbaarheid van webmappen of gedeelde locaties bepalen en instellingen en vergrendelingsopties voor bestanden configureren. Met vergrendelingen kunnen gebruikers een item vergrendelen, zodat het item wel door anderen kan worden weergegeven maar niet kan worden gewijzigd (zelfs niet als men de machtiging Schrijven heeft voor het item). Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, kunnen beheerders vergrendelingen instellen op de pagina Beschikbaarheid van functies en tools. Via de pagina Instellingen webmappen of Instellingen gedeelde locaties kunnen beheerders de duur van vergrendelingen instellen.

webmappen en gedeelde locaties moeten compatibel zijn met verificatieschema's van het type 'basic' of 'digest'. Microsoft.NET Passport, Kerberos en andere gedistribueerde verificatiemechanismen kunnen incompatibel zijn met directe toegang tot webmappen en gedeelde locaties. Instellingen die een van deze verificatietypen gebruiken, kunnen mogelijk hun voordeel doen met webmappen en gedeelde locaties door eerst te verifiëren met Blackboard Learn en vervolgens de webmap of gedeelde locatie te starten vanuit de gebruikersinterface.

Persistente cookies gebruiken

Het gebruik van persistente cookies vergroot de bruikbaarheid van WebDAV omdat gebruikers zich niet meerdere keren hoeven aan te melden. Er is in dit geval echter sprake van een verhoogd veiligheidsrisico als gebruikers een sessie niet expliciet afsluiten door op de knop Afmelden te klikken. De sessie blijft dan namelijk geopend, zelfs als de browser is afgesloten, waardoor de kans op toegang door onbevoegden toeneemt. Dit is nog een groter risico wanneer binnen een organisatie computers worden gedeeld, zoals computers in een computerlokaal. Als extra veiligheidsmaatregel kunnen organisaties overwegen een browserbeleid in te stellen waarmee alle cookies worden verwijderd als een browser wordt afgesloten.

Nog veiliger is het om persistente cookies uit te schakelen, maar dat betekent dat gebruikers zich soms meerdere keren moeten aanmelden om toegang te krijgen tot inhoud in webmappen of gedeelde locaties.


De pagina Instellingen webmappen openen

Als de instelling geen toegang heeft tot inhoudsbeheer:

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en selecteer Instellingen webmappen in het gedeelte Inhoudsbeheer.
  2. De pagina Instellingen webmappen wordt weergegeven.

Als de instelling toegang heeft tot inhoudsbeheer:

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en selecteer Beheer van functies en tools in het gedeelte Inhoudsbeheer.
  2. Selecteer Webmappen op de pagina Beheer van functies en tools.
  3. De pagina Instellingen webmappen wordt weergegeven.

WebDAV configureren voor webmappen of gedeelde locaties

  1. Selecteer Ja op de pagina Instellingen webmappen om webmappen of gedeelde locaties beschikbaar te maken voor gebruikers. Als u Nee selecteert, worden alle WebDAV-verzoeken geweigerd.
  2. Configureer de gewenste instellingen. In de onderstaande tabel worden de opties beschreven die beschikbaar zijn op de pagina Instellingen webmappen.
    Beschikbare opties voor instellingen voor webmappen
    Veld Beschrijving
    WebDAV-vergrendelingsopties
    Maximale levensduur van een vergrendeling Voer de maximale duur van een vergrendeling in seconden in. De vergrendeling verloopt nadat de maximale levensduur is bereikt, zodat bestanden niet eeuwig blijven vergrendeld. De standaardwaarde is 604800 seconden.
    Minimale levensduur van een vergrendeling Voer de minimale duur van een vergrendeling in seconden in. De standaardwaarde is 60 seconden.
    Time-outvertraging vergrendeling Voer de duur van de tolerantieperiode in seconden in tussen de tijd dat een vergrendeling verloopt en de time-out. Gedurende deze tolerantieperiode kunnen clients de vergrendeling vernieuwen. Deze tolerantieperiode is bedoeld voor clients die niet op tijd om het vernieuwen van een vergrendeling vragen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij clients met een onnauwkeurige klok en clients die geen rekening houden met netwerklatentie. De standaardwaarde is 10 seconden.
    Unieke tekenreeks voor tokens Voer een unieke tekenreeks in voor de token WebDAV.RFC. Voer een tekenreeks in die anders is dan de tekenreeksen die door andere WebDAV-servers worden gebruikt. Een goede unieke tekenreeks is bijvoorbeeld een GUID of een URL met een domeinnaam die het eigendom is van het bedrijf dat de WebDAV-site exploiteert. Het systeem zal een unieke vergrendelingstoken op deze tekenreeks baseren.
    WebDAV-compressieopties
    Compressie toestaan Sommige WebDAV-clients geven de voorkeur aan gecomprimeerde bestanden. Gecomprimeerde bestanden via WebDAV verkleinen de bandbreedtevereisten, maar verhogen het CPU-gebruik. Wanneer de server normaal gesproken vrije CPU-bronnen heeft maar het netwerk druk bezet is, selecteert u Ja om WebDAV-compressie in te schakelen.
    Minimale bestandsgrootte voor compressie Voer de minimale bestandsgrootte in voor compressie. Alle bestanden kleiner dan deze waarde worden niet gecomprimeerd, zelfs niet wanneer om compressie wordt verzocht. Door het niet comprimeren van zeer kleine en vaak veel gebruikte bestanden, worden de CPU-vereisten verminderd.
    Maximale bestandsgrootte voor compressie Voer de maximale bestandsgrootte in voor compressie. Alle bestanden groter dan deze waarde worden niet gecomprimeerd, zelfs niet wanneer om compressie wordt verzocht. Bij het comprimeren van zeer grote bestanden wordt meestal zeer intensief gebruikgemaakt van de beschikbare systeembronnen.
    Beschikbare MIME-typen voor compressie Voer de extensies in voor bestanden die automatisch moeten worden gecomprimeerd op verzoek van de client. Bestanden met extensies die in dit veld worden weergegeven, worden alleen gecomprimeerd wanneer deze van het type 'application/octet-stream' zijn.
    Partiële overdrachtscodering toestaan Met partiële overdrachtscodering kunnen gegevens worden verzonden in een reeks, zodat de belasting van de server wordt verminderd bij het verzenden van grote hoeveelheden gegevens. Selecteer Ja of Nee om partiële overdrachtscodering al dan niet toe te staan. Wanneer u Ja selecteert, worden gegevens gefaseerd verzonden wanneer de client overdrachtscodering ondersteunt.
  3. Selecteer Verzenden.